
Van wortel tot boeket
Zo groeit en bloeit een pioenroos
Een pioenroos heeft geduld nodig. We planten de wortelstokken in het najaar; het eerste jaar gaat alle energie ondergronds zitten. Pas rond het derde jaar snijden we de eerste bloemen en vanaf jaar vier tot vijf staat een plant in volle productie. Daarna kan hij vijftien tot twintig jaar of langer op dezelfde plek blijven staan — verplanten kost weer jaren.
- Jaar 1 — najaar
De wortelstok gaat de grond in
Alles begint met een wortelstok met roze knoppen (de 'ogen'). We planten die in september tot november, als de plant in rust gaat. De ogen komen maar 3 tot 5 centimeter onder het maaiveld: te diep planten betekent jarenlang blad en geen bloem. In de eerste maanden maakt de plant vooral wortels — bovengronds gebeurt er nog niets.


- Winter
Kou is geen probleem, maar een voorwaarde
Een pioenroos heeft een echte koudeperiode nodig voordat de knoppen willen uitlopen: weken achtereen rond of onder een graad of vijf. Zonder die winterkou blijft de plant achter. Daarom doet de pioenroos het juist in het Nederlandse klimaat zo goed.


- Jaar 1–2 — voorjaar
De eerste rode scheuten
Zodra de grond in maart opwarmt komen de dieprode scheuten boven; het hele land kleurt rood. Een jonge plant maakt dat eerste jaar maar een paar dunne stelen. Knoppen die dan al komen halen we eraf: alle energie moet naar de wortels.


- Jaar 2–3 — de wortel wint
Onder de grond gebeurt het werk
Pioenrozen groeien vanuit dikke, vlezige opslagwortels. Elk seizoen zet de plant na de bloei reserves op in die wortels, en in de nazomer worden de knoppen voor het volgende jaar al aangelegd. Pas als het wortelgestel groot genoeg is, komen er stevige bloemstelen. Daarom snijden we meestal vanaf het derde jaar de eerste bloemen — bescheiden nog.


- Jaar 4–5 — mei
Volle productie en knopvorming
Vanaf het vierde à vijfde jaar draagt een plant pas echt: tientallen knoppen per struik. Kleine groene bollen verschijnen aan de toppen, met mieren erop die op de zoete nectar afkomen — die doen de bloem geen kwaad. Een goed verzorgd perceel blijft daarna vijftien tot twintig jaar of langer produceren, want verplanten kost de plant weer meerdere jaren.


- Mei – juni
En dan: bloei
Het bloeiseizoen is kort — grofweg eind mei tot eind juni, afhankelijk van het ras en het weer. Binnen een paar warme dagen barst de knop open. We oogsten met de hand in het 'marshmallow'-stadium: de knop is zacht en toont kleur, maar is nog dicht. Zo gaat de bloem thuis nog dagenlang open. Na de oogst laten we het blad tot het najaar staan, want dat voedt de wortel voor volgend jaar.



Ruimte voor de kievit
Ons land is niet alleen van de bloemen. Kieviten en andere weidevogels leggen hun eieren gewoon tussen de rijen. De kwekerij is aangesloten bij een weidevogelgenootschap: vinden we een nest, dan wordt het gemarkeerd en beschermd zodat de eieren rustig kunnen uitkomen. We werken er met de machines omheen.

Zelf een bos halen?
In het seizoen staan de verse pioenrozen bij het stalletje aan de Jan Glijnisweg 2b. Bekijk of het stalletje open is en wat er vandaag ligt.

